Zie mij staan, waar ik ook ben.

Onlangs ging ik naar de bank, samen met mijn vriend, voor het openen van een gezamenlijke rekening. Een grote mijlpaal, financiën delen, we hebben er goed over nagedacht. Het getik van mijn hakken weerklonk op de marmeren vloer toen we door de hal van de bank naar de servicebalie liepen. Een paar mensen waren bezig met geld pinnen of opnemen, je ziet het nooit zo goed. Ze staan altijd breed opgesteld, bang dat je de code raadt.

Bij de servicebalie stond een flinke rij. We sloten aan. Wat ik altijd bijzonder vind, is dat de bankmedewerkster, zonder rekening te houden met de grootte van de rij, ruim de tijd neemt om de persoon die voor haar staat te helpen. Geen gevalletje: drie in de rij, kassa erbij. Doordat ik lichtelijk gefrustreerd naar het begin van de rij tuurde, zag ik niet de oude man die voor mij stond. De man viel me pas op toen hij – al wiegend – steun probeerde te vinden bij zijn wandelstok. De man had opeens mijn aandacht. Meerdere mensen aanschouwde hoe de man steeds meer begon te trillen en de huid rond zijn knokkels steeds strakker kwam te staan. De man moest zich enorm inspannen om zijn evenwicht te bewaren. Ik schatte de man in de 80, vér in de 80. Ik bleef kijken. Eén hand werden twee handen, de stok schokte heen een weer. De oude man maakte aanstalten om de rij te verlaten en verderop op een stoel neer te zakken. Hij was bijna aan de beurt, maar het was een te zware opgave voor hem.

In een split second schoot ik uit de rij. In mijn ooghoek zag ik hoe mijn vriend me verward aankeek. Ik vloog de oude man voorbij, die schuifelde in de richting van de tafels met stoelen. Het gekras op het marmer klonk toen ik een zware stoel probeerde op te tillen, het lukte. Bankmedewerkers en bezoekers keken geschrokken, wat doet ze? Ik draaide me resoluut om en nam het ijzeren gevaarte mee. Op het moment dat ik me omdraaide, kreeg ik oogcontact met de man, die stilstond. We zeiden niks…maar zoveel op dat moment. We begrepen elkaar. Ons contact verbrak doordat de man knikte en zijn schouders keerde naar de rij. Ondertussen was de rij flink opgeschoten. Ik zette de stoel met een klap neer bij de balie. Hij was de eerste die geholpen zou worden. De baliemedewerkster keek me met grote ogen aan. Ik hielp de man in zijn stoel. Zijn stok hing ik aan de leuning.

En weet je wat mij nou het meeste ontroerde? De man stond in de rij omdat hij niet zo goed meer kon zien en iemand anders voor hem moest pinnen. Hij stond in de rij om hulp te krijgen, en daarbij zijn bankgegevens met code toe te vertrouwen aan iemand anders. De baliemedewerkster verwees de man naar een lieve, warme vrouw. Haar jurkje stond bol. Ze was zwanger. Met de liefde die zij uitstraalde, vulde ze de koele ruimte van de bank. Ze ontfermde zich over de oude man. Mijn aandacht was weer gericht op de balie. Nu waren wij aan de beurt.

 

Geschreven door: Claire Heijmans / MarketingXpress

Related Posts
Comments
  • Elly

    Wauw Claire wat een mooi en ontroerend verhaal en ik vind het heel fijn om te lezen dat er nog mensen zoals jij bestaan.
    Doet mijn oude hartje goed.
    Groetjes en xxx van Chris en Elly

Praat mee!